Groene Energie

Je zakelijke stroomcontract is minder groen dan je denkt

· 5 min leestijd

Je hebt een groen stroomcontract afgesloten voor je bedrijf. Op de factuur staat het woord "duurzaam", misschien zelfs een boompje in het logo van je leverancier. Toch is de kans groot dat er dagelijks gewoon kolen- of gasstroom door je meterkast loopt. Niet omdat je leverancier liegt, maar omdat het hele systeem daarvoor gebouwd is.

Onderzoek naar de zakelijke energiemarkt laat zien hoe dat werkt, en waarom het voor MKB-ondernemers steeds belangrijker wordt om te snappen wat er achter dat groene label schuilgaat. Zeker nu klanten en ketenpartners steeds vaker vragen om bewijs, niet om een belofte.

Hoe een groen stroomcontract eigenlijk werkt

Fysiek gezien komt alle stroom uit hetzelfde net. Er is geen apart "groen" kabeltje naar jouw bedrijfspand. Wat een leverancier wél kan doen, is aantonen dat er ergens in Europa evenveel groene stroom is opgewekt als jij verbruikt. Daarvoor bestaat de Garantie van Oorsprong, kortweg GvO: een certificaat van CertiQ dat 1000 kWh duurzaam opgewekte stroom vertegenwoordigt.

Een leverancier koopt die certificaten in en boekt ze af tegen jouw verbruik. Dat heet "book en claim": de stroom die je fysiek gebruikt en het certificaat dat je duurzaamheid bewijst, zijn twee volledig gescheiden dingen. Zolang de boekhouding klopt, mag een leverancier het contract groen noemen, ook als er die dag vooral gascentrales draaiden.

Waarom een certificaat uit Noorwegen niets oplost

Het probleem zit in waar die certificaten vandaan komen. Een groot deel van de goedkope GvO's op de Europese markt is afkomstig van Noorse en IJslandse waterkrachtcentrales, vaak decennia oud. Die centrales draaiden toch al, met of zonder certificaat. Er komt geen nieuwe windmolen of zonnepark bij doordat jij als Nederlandse ondernemer zo'n GvO koopt.

Toch is dit precies het type certificaat dat energieleveranciers het goedkoopst kunnen inkopen en op grijze stroom kunnen plakken. Critici noemen dit inmiddels "sjoemelstroom": op papier duurzaam, in de praktijk verandert er niets aan de energiemix die daadwerkelijk wordt opgewekt. Wil je echt bijdragen aan nieuwe duurzame capaciteit, dan tel je beter mee wat je eigen dak of een lokaal windpark oplevert dan wat er in een Noorse boekhouding gebeurt.

Niemand houdt toezicht op de zakelijke markt

Voor particuliere huishoudens controleert de Autoriteit Consument & Markt of leveranciers hun groene beloftes waarmaken. Voor zakelijke afnemers bestaat die controle niet. De ACM houdt toezicht op de consumentenmarkt, maar de zakelijke energiemarkt valt daar grotendeels buiten. Een leverancier kan een zakelijk contract dus "100% groen" noemen zonder dat een toezichthouder meekijkt naar de herkomst van de onderliggende certificaten.

Daar komt bij dat veel bedrijven zelf niet weten wat ze in huis hebben. Onderzoek onder Nederlandse boeren en tuinders, zelf ook leveranciers van GvO's uit zonnepanelen en biomassa, laat zien dat 88 procent niet weet wat hun eigen certificaten waard zijn of hoe ze die kunnen verzilveren. Als de aanbodkant al zo weinig grip heeft op het systeem, is het niet gek dat inkopende MKB-bedrijven het overzicht kwijtraken.

Eneco zet de markt onder druk

Er beweegt wel iets. Eneco kondigde aan vanaf 2026 uitsluitend nog groene stroom te leveren aan al zijn zakelijke klanten in Nederland, vier jaar eerder dan oorspronkelijk gepland. Op het moment van aankondigen nam nog zo'n 5 procent van de zakelijke klanten grijze stroom af, goed voor ongeveer 1.000 tot 1.500 bedrijven en zo'n 40 procent van het totale geleverde volume. Die bedrijven kregen tijd om te verduurzamen of over te stappen naar warmtepompen en directe koppeling aan een windpark.

Belangrijk is dat deze stap alleen gaat over grijs versus groen op papier, niet over het type GvO. Een bedrijf kan dus prima "groen" leveren met dezelfde goedkope Noorse waterkrachtcertificaten van hiervoor. Eneco's zet dwingt de markt om grijze stroom uit te faseren, maar lost het onderliggende kwaliteitsverschil tussen certificaten niet op.

Zo check je of jouw stroom echt groen is

Een paar concrete stappen die je vandaag al kunt zetten:

  • Vraag je leverancier expliciet naar de herkomst van de GvO's in jouw contract: Nederlandse wind- of zonne-energie weegt zwaarder dan Noorse of IJslandse waterkracht.
  • Vergelijk het totale tarief, niet alleen de GvO-opslag. Sommige leveranciers rekenen een hogere marge op groene contracten dan de certificaatprijs rechtvaardigt.
  • Overweeg een Power Purchase Agreement met een specifiek Nederlands project, of eigen opwek op je bedrijfsdak. Dat financiert wél nieuwe capaciteit, in plaats van een boekhoudkundige herschikking.
  • Leg vast wat je nu al gebruikt aan documentatie. Wil je meer weten over de regels rond eigen opwek? Lees ook ons artikel over het afschaffen van salderen voor zonnepanelen, en over de subsidieroute hoe je je bedrijf voorbereidt op de SDE++ dit najaar.

Voor meer achtergrond over hoe GvO's precies werken en waar ze vandaan komen, is de uitleg van WISE Nederland een goed startpunt.

Waarom je klant straks om bewijs vraagt

Ook als jouw bedrijf zelf niet onder de CSRD-rapportageplicht valt, merk je de druk als leverancier van een groter bedrijf dat dat wél doet. Grote opdrachtgevers leggen duurzaamheidseisen steeds vaker door in hun keten, en "we hebben een groen contract" is dan niet meer genoeg als antwoord. Ze willen weten wélk soort groen. We schreven eerder over hoe de versoepelde CSRD-regels uitpakken voor het MKB, en die versoepeling verandert niets aan de druk vanuit de keten zelf.

Wie nu al kan aantonen dat zijn stroom uit een Nederlands windpark komt in plaats van een dertig jaar oude Noorse waterkrachtcentrale, heeft daar over een jaar geen haastige zoektocht meer naar nodig. Dat is het verschil tussen een contract dat toevallig groen heet, en een bedrijf dat het ook echt kan bewijzen.

H
Geschreven door Henrik Bakke Duurzaamheid & tech redacteur

Henrik schrijft over duurzaam ondernemen, groene technologie en hoe je als bedrijf je ecologische voetafdruk verkleint zonder je winst op te offeren. Hij groeide op in Noorwegen, waar recyclen al normaal was toen de rest van Europa er nog over nadacht, en nam die mentaliteit mee naar Nederland. Zijn Scandinavische achtergrond geeft hem een natuurlijke voorsprong op het gebied van duurzaamheid, maar hij is de eerste om toe te geven dat hij zelf ook nog niet alles perfect doet. Henrik gelooft dat groene keuzes pas echt werken als ze ook financieel logisch zijn, en schrijft daarom altijd met de businesscase erbij. Zijn droom is een wereld waarin "duurzaam ondernemen" een pleonasme wordt.